Burgemeester en politiecommissaris stellen veiligheidsmonitor voor.

De Veiligheidsmonitor - resultaten en vergelijkingen

Wat is de veiligheidsmonitor?
De Veiligheidsmonitor is een grootschalig bevolkingsonderzoek, gerealiseerd in
opdracht van de Minister van Binnenlandse Zaken. De dataverzameling voor de Monitor 2006 vond plaats tijdens het voorbije jaar.
Het onderzoek gaat over de veiligheid en het slachtofferschap van de burgers, alsook
het functioneren van de politiediensten. Het werd zo uitgevoerd dat er zowel op het federale niveau als op het niveau van enkele gemeenten en politiezones resultaten beschikbaar zijn. Meer precies beschikken de gemeenten met een veiligheids- en preventiecontract en de bijhorende politiezones over een Veiligheidsmonitor

De huidige "Veiligheidsmonitor" 2006 werd uitgevoerd in dezelfde gemeenten en politiezones als in 2004; ook de vragenlijst bleef ongewijzigd.

De stad Lier werd betrokken omdat de politiezone Lier tevens een pilootpolitiezone was bij de politiehervormingen. Lier deed dus mee in 2002, 2004 en 2006. Door de gevolgde methodologie van het onderzoek (zie hiervoor het rapport zelf), kan er van een goede representativiteit van de steekproef gesproken worden.

In het rapport kan men Lier niet enkel met zichzelf vergelijken in 2002, 2004 en 2006, maar ook met de cijfers van de andere kleine steden en de politiezones van categorie 3. (Volgens de begeleidende nota wordt Lier enerzijds ingedeeld bij de kleine steden. De politiezone Lier wordt ingedeeld bij de zones van categorie 3)

Het eerste deel van het onderzoek bevraagt de deelnemers over hoe zij bepaalde fenomenen als een "probleem" voor hun buurt ervaren. Volgende problemen worden onderzocht
- fietsendiefstal
- diefstal uit auto's
- agressief verkeersgedrag
- geluidsoverlast van verkeer - algemene geluidsoverlast - bedreigingen
- bekladde muren
- groepen rondhangende jongeren
- onaangepaste snelheid in het verkeer
- het lastig gevallen worden op straat
- de aanwezigheid van rommel in het straatbeeld
- aanrijdingen
- vernielingen aan telefooncellen en dergelijke
- inbraken in woningen
- geweld
- drugoverlast
- autodiefstal

 

De cijfers
Uit de cijfers blijkt dat er bij vijf fenomenen (terug) van een stijging kan gesproken worden, m.a.w. een toename van het aantal bevraagden die vinden dat het "helemaal wel" of "eerder wel" een probleem is. Het gaat om :
- Fietsdiefstal van 25,38% in 2002, over 17,98% in 2004 naar 23,72% in 2006
- Geluidsoverlast van verkeer van 38,3% in 2002, over 27,08% in 2004 naar 27,74% in 2006
- Rommel op straat van 24,99% in 2002, over 28,92% in 2004 naar 32,74% in 2006
- Woninginbraken van 47,29% in 2002, over 35,27% in 2004 naar 36,9% in 2006
- Overlast door druggebruik van 11,13 % in 2002, over 12,44% in 2004, naar 12,51 % in 2006

Bij de twaalf andere fenomenen is er (terug) een daling waar te nemen :
- Diefstal uit auto's van 26,68% in 2002, over 21,98% in 2004 naar 21,48% in 2006
- Agressief verkeersgedrag van 42,57% in 2002, over 41,21% in 2004 naar 31,92% in 2006
- Andere geluidsoverlast van 21,43% in 2002, over 23,14% in 2004 naar 19,02% in 2006
- Bedreiging van 9,72% in 2002, over 9,61 % in 2004, naar 6,99% in 2006
- Bekladde muren van 9,13% in 2002, over 11,02% in 2004 naar 10,54% in 2006
- Overlast van groepen jongeren van 16,29% in 2002, over 17,46% in 2004 naar 13,98% in 2006
- Onaangepaste snelheid van 57,37% in 2002, over 55,07% in 2004 naar 50,32% in 2006
- Lastigvallen op straat van 6,68% in 2002, over 11,43% in 2004, naar 9,26% in 2006
- Aanrijdingen van 20,64% in 2002, over 18,43% in 2004, naar 16,67% in 2006
- Vernieling van telefooncellen van 12,02% in 2002, over 13,43% in 2004 naar 11,24% in 2006
- Geweld van 10,15% in 2002, over 11,75% in 2004 naar 10,65% in 2006
- Autodiefstal van 20,58% in 2002, over 17% in 2004, naar 15,54% in 2006

De verschillen zijn, zowel in het negatieve als het positieve, niet echt significant.
Wat nog steeds opvalt is echter de vergelijking met de cijfers van andere kleine steden, - andere politiezones van categorie 3 en de cijfers van België. Hier scoort Lier zonder uitzondering en over de ganse lijn beter.
Enkele voorbeelden om dit te illustreren :           -

                                                Lier                  Zone cat.3        Kleine steden                België  
Diefstal uit auto                         21,48               36,39               34,58                           38,99
Agressief verkeersgedrag          31,92               51                    51,29                           54,11
Bedreiging                                6,99                 7,15                 16,27                           19,24  
Groepen jongeren                     13,98               23,82               22,49                           26,3
Inbraken in woningen                36,9                 55,16               50,93                           54,92  
Geweld                                    10,65               21,24               20,58                           23,3
Overlast door druggebruik        12,51               22,35               22,79                           23,9
Autodiefstal                              15,54               29,05               26,88                           29,53  

 

Er werd verder ook gepeild naar het buurtuitzicht en de onveiligheidsgevoelens.
- In 2002 vond 90% van de bevraagden in Lier dat hun buurt er heel verzorgd of verzorgd uit zag. In 2004 zagen we dit percentage stijgen tot 93,5%, in 2006 zakte dit terug naar 90,93%. In andere zones van categorie 3 behaalde men in 2006 89,66%, in andere kleine steden 91,78% en in België 88,37%.
- Wanneer er gevraagd wordt hoeveel van de bevraagden zich altijd, vaak of soms onveilig voelen dan antwoordde in Lier 32,4% onder hen positief in 2002 en 30,1% in 2004. In 2006 daalt dit verder tot 29,69%. In andere politiezones van categorie 3 bedroeg dit percentage 36,05% in 2006, in andere kleine steden 32,16% en in België 37,25%

In een tweede deel van het rapport worden de deelnemers, 350 in totaal voor Lier, bevraagd over hun politie.

In Lier vond 92,89% van de bevraagden in 2006 dat de politie heel goed of goed werk verrichtte, tegenover 90,7% in 2002 en 2004.In andere politiezones van categorie 3 is dit 88,59%%, in andere kleine steden 88,88% en in België 88,3%.

In 2006 was 76,07% van de bevraagde Lierenaars man de bevraagde Lierenaars tevreden of zeer tevreden met de houding en het gedrag van hun politie. In 2002 was dit 77,4% en in 2004 was 77,5%. In de andere politiezones van categorie 3 was dit 75,48%, in andere kleine steden en in België 74,62% en in België 73,08%.

De tevredenheid over de aanwezigheid van de politie op straat bedroeg in Lier in 2002 nog 67,8% en daalde zeer licht tot 67,6% in 2004. In 2006 is dit terug licht gestegen tot 69,36%. In andere zones van categorie 3 was 60,16% van de bevraagden tevreden of zeer tevreden. In andere kleine steden 62,72% en in België 58,38%.

Er was wel minder tevredenheid inzake de info over de activiteiten van de politie met 56,88% die zeer tevreden of tevreden zijn. In 2004 was dit 64,1% en in 2002 naar 62,1% in 2004. In andere zones van categorie 3 was dit 59,73%, in andere kleine steden 58,4% en in België 5 5,76%. De lokale politie Lier gaat dit jaar over tot de aanwerving van een communicatieverantwoordelijke om dit aspect te verbeteren.

Onder de bevraagde Lierenaars kent 41,47% zijn of haar wijkagent niet. In 2004 was dit 38,03%.
Ondanks deze daling scoort Lier nog steeds beter dan anderen. In andere zones van categorie 3 kent 48,49% van de bevraagden de wijkagent niet, in andere kleine steden 48,88% en in België 52,03%.
Om het aantal inwoners dat de wijkagent niet kent, verder te doen afnemen, werd aan alle inwoners tijdens de eindejaarsperiode een wenskaart met foto van hun wijkagent bezorgd.