Els Van Weert opent Week van de Amateur Kunsten in Lier.

Onder matige belangstelling opende schepen voor cultuur Els Van Weert het WAK. 

“De Week van de Amateurkunsten – beter gekend als de ‘Wak’ - kwam er op initiatief van het Vlaams Centrum voor Amateurkunsten en de Vlaamse Gemeenschap en wordt nu al voor de 15e keer georganiseerd.             
Amateurkunstenaars uit heel Vlaanderen tonen gedurende deze week op honderden kunstevenementen het rijke pallet van hun creatief talent. Ze bewijzen daarmee dat de amateurkunsten meer dan ooit bloeien bij jong en oud en dat ze het oubollige imago van een of andere eenzame kaartenhuisjesbouwer al lang zijn ontgroeid. Het woord ‘amateur’ heeft lange tijd geleden onder een pejoratieve bijklank maar vandaag de dag heeft een frisse en moderne invulling gekregen. Iets waar mensen terecht fier op zijn” zegt Van Weert.  

“We kunnen zelfs spreken van een professionalisering van de sector. Zeker op het gebied van begeleiding en omkadering. Bovendien investeren vele professionele kunstenaars vaak ook een groot deel van hun tijd aan het werken met amateurs. Of denk aan organisaties als “de kunstbende” die vele jonge kunstenaars in spe een kader bieden om hun creativiteit uit te leven. 
Specifiek in onze eigen stad beschikken we over twee zeer bloeiende academies waar volwassenen maar ook kinderen van jongsbeen af de kans krijgen om de geneugten van de amateurkunsten te ontdekken. Zij verzekeren het culturele verenigingsleven telkens van vers bloed. Want zij die de academie ontgroeien blijven meestal wel actief als amateurkunstenaar.
Maar ook de WAK zelf draagt daartoe bij door een nationale campagne op poten te zetten die de amateurs jaarlijks een extra forum biedt om van zich te laten horen. 

Die aandacht en waardering is zeker op zijn plaats als je weet dat maar liefst 1/3 van de Vlamingen zichzelf amateurkunstenaar mag noemen. Bij jongeren tot 17 jaar loopt dat percentage zelfs op tot 3/4. Uit recent onderzoek van de VUB en de Universiteit Gent blijkt dat het merendeel van hen ook bereid is daar veel tijd en zelfs middelen aan te besteden. Wat dat laatste betreft staan rockmuzikanten en beeldende kunstenaars blijkbaar bovenaan de lijst. Omdat ze als individuen voor de grootste investeringen staan en daarnaast ook dikwijls huur moeten betalen voor repetitielokalen en expositieruimten.  
Dat zijn signalen waar we als stad zeker oog voor moeten hebben. We hebben ons altijd ingezet om onze amateurkunstenaars, van muziekverenigingen over theatergezelschappen tot schilder- en fotografieclubs, binnen de grenzen van het haalbare zo goed mogelijk te omringen en van infrastructuur te voorzien. In tijden van economische crisis is dat alles behalve een evidentie maar als schepen van cultuur blijf ik de belangen van de sector zo goed mogelijk verdedigen. 

Want cultuur is belangrijk voor de warmte van een samenleving. Het is het beste medicijn tegen doemdenken en verzuring. Cultuur is passie.
En passionele mensen zijn doorgaans wakkere, geëngageerde burgers die mee de sfeer van een stad bepalen. Bovendien blijkt uit datzelfde onderzoek – en dat is geen verrassing – dat amateurkunstenaars gelukkigere mensen zijn met een breed interesseveld en een groot vrijetijdsnetwerk.  
Een mens die iets kan, iets realiseert krijgt waardering en wie waardering krijgt, krijgt automatisch een positiever zelfbeeld. Die waardering kan komen van vrienden en familie, van medeleerlingen en  leerkrachten in een academie, van een regisseur of een dirigent, noem maar op. In een latere fase –tijdens een voorstelling, concert of expositie - komt daar soms nog de appreciatie van een ruimer publiek bij. Het laat niemand koud wanneer je een ander kan beroeren met het product van je zeer individuele en persoonlijke expressie. Het blijft een intiem moment.
Toch blijkt dat aspect voor de meeste mensen meer een aangenaam gevolg dan de drijfveer.
Als men vraagt naar hun motivatie antwoordt 90% van de amateurkunstenaars dat het beoefenen van hun hobby hen in de eerste plaats ontspant en tot rust brengt. Voor 70% van de ondervraagden is de gezelligheid en het sociale aspect ook heel belangrijk . Voor anderen is zelfontplooiing, dingen bijleren en andere werelden ontdekken dan weer een belangrijke motivatie. 
Wie van al deze aspecten ooit heeft geproefd kan zich geen leven meer indenken zonder uitlaatklep voor hun creativiteit. Ze willen de passie ook doorgeven want in het huis waar één amateurkunstenaar woont zit er vaak minstens nog een tweede. Het heeft dus ook weer te maken met modellen en voorbeelden, met opvoeding en aanmoediging . Het is een manier van leven.

Het gevoel hebben dat je leeft. Niet iedereen heeft het geluk om dat te ervaren op de werkvloer. Dus moet het vaak gebeuren na de dagtaak. Dan breekt het moment aan om de creativiteit los te laten op de planken, in het atelier, achter pupiter of tekentafel. Het kan een solitaire activiteit zijn of een collectieve.

Welke richting je ook kiest, je moet er veel ‘goesting’ voor hebben.
Niet toevallig het themawoord van deze editie van de wak. Het is een woord dat de amateurkunstenaar karakteriseert. Het staat voor de zin en de lust die hij heeft om zijn passie uit te oefenen, voor het enthousiasme en de energie waarover hij beschikt om in zijn vrije tijd projecten uit te werken en dingen te realiseren.”