Op het kerkhof Kloosterheide werd een bloemenhulde gebracht aan het gerenoveerde grafmonument van Ernest van der Hallen.


Ernest van der Hallen: katholiek,
bestreden door katholieken... (burger-katholieken...)
De lezers kénnen de naam Ernest van der Hallen én zijn beste werken:
'De wind waait', 'De aarde roept', 'Charles de Foucauld', 'Brieven aan een Jonge Vriend' en 'Brieven aan Elckerlijc',enz... Als schrijver-verteller was Van der Hallen heel actief, hoewel zijn literair werk -romans, sprookjes, brieven, reisboeken- voor hem niet het eerste was. Hém ging het niet om bellettrie, wel om de nood van ons volk en vooral van de jeugd -waarvan de zuiverste kérn het AKVS was- te helpen lenigen. In het interbellum sprong hij, spijts zijn broze gezondheid, met zijn warm hart op de bres om mee een einde te maken aan Pater Strackes "Arm Vlaanderen"!
Zijn naam en romantisch idealisme hebben hun magische glans bewaard, al is die verdoft door de lange miskenning in officiële bloemlezingen en schoolhandboeken. Toch komt er de jongste tijd een herontdekking van Van der Hallen aan en wel aan de universiteit! Een reden tot blijdschap, nu "de Nest" dit jaar op 24 februari zestig jaar geleden stierf! Maar niet alleen literatuurhistorici hebben de begenadigde schrijver en jeugdbezieler herontdekt, ook in de Vlaamse studentenbeweging is hij weer opgedoken: bij het KVHV en het NKVS. Eén van hun bronnen is, sedert 50 jaar, zeker de Van der Hallen- Gemeenschap vanuit het "Bertennest" te Roesbrugge (Westhoek). Verheugend is de recente renovatie van zijn Kempisch grafmonument, op Kloosterheide bij Lier, een kunstwerk door zijn vrienden Flor van Reeth en Remi Lens, met de opbrengst van de "Historische Boekenbeurs van Vlaamse Beweging" van Lode van Dessel, oud-burgemeester van Nijlen, en andere initiatieven.
Vandaag de dag wordt hij aan de Leuvense universiteit nu opnieuw bekeken! Ik citeer literatuurprof. Dirk de Geest, uit mijn artikel "De herontdekking van Ernest van der Hallen" ('t Pallieterke, 18 oktober 2006): "Voor die jonge mensen is dat nieuw, want zij weten daar weinig of niets meer over. Ook zijn vernieuwend, volks katholicisme en zijn Pelgrimbeweging breng ik aan, naast zijn aandacht voor de esthetiek der literatuur". De historische afstand maakt een nieuwe, door buiten-literaire factoren niet meer gehinderde benadering van romans als 'De wind waait' en de lyrische 'Vertelsels in juni' eindelijk weer mogelijk op universitair niveau. Prof. De Geest leest mét zijn studenten fragmenten uit Van der Hallens werk.
In de titel van het door Renaat van Hecke samengestelde Van der Hallen-breviertje, 'In Liefde en Schoonheid' (1948) -ontleend aan diens wekroep, "Dien uw volk in liefde en schoonheid"- liggen het hele leven, de vormende arbeid in dienst van de jeugd én het letterkundig oeuvre van Van der Hallen vervat. Maar die inzet werd door de Belgische repressie brutaal afgestraft. Nu we op zondag 24 februari 2008 gedenken dat hij zestig jaar geleden, na een vreselijke doodsstrijd, in zijn geliefde Lier overleed, ligt dit bittere verhaal voor de hand. Die tragiek is één van de grofste voorbeelden van de domme willekeur waarmee de beruchte "justice des rois nègres" de Vlaamse heropstanding bij leiders, opvoeders en kunstenaars trachtte te fnuiken! De beste Vlaamse schrijvers werden mikpunt van die regelrechte aanslag: naast Van der Hallen o.a. ook zijn Lierse vriend, dichter Jef de Belder, Filip de Pillecyn, Ernest Claes, Karel Vertommen, Pater Callewaert en bannelingen als Wies Moens en Verschaeve.
Het is een beschamende bladzijde uit onze geschiedenis. Toen Alfred van der Hallen, Liers oorlogsburgemeester, was gevlucht, nam de weerstand, op 11 september '44, zijn broer Ernest mee voor verhoor. Er was tegen hem geen aanhoudingsbevel, maar wegens Alfreds afwezigheid werd de auteur, die niets ten laste kon worden gelegd en zijn broer niet wilde verraden, "toch maar" opgesloten in de Lierse Sionskazerne: "Kom gij dan maar mee...", de willekeur van die dagen! Even later werd hij naar de Antwerpse "Harmonie" overgebracht. Hij diende als gijzelaar voor zijn broer, maar die gijzeling werd een marteling -met astma, hartcrises en bronchitis- van drie maanden! In december '44 kwam hij vrij, lijdend en fel verzwakt. In de drie jaar die nog volgden, werd de zwaar ondermijnde man nog geteisterd door de ene tegenslag na de andere: ontzetting uit zijn inspecteursambt bij de bibliotheken, overlijden van zijn moeder, vroege dood van zijn schoonzus en de zorg om de kinderen van drie broers, al was dit laatste hem ook een troost en vreude...
Want van in zijn collegetijd was Ernest een kindervriend. Na zijn, wegens zwakke gezondheid, mislukt noviciaat bij de franciscanen te Turnhout, ging zijn aandacht naar de Lierse straatjeugd -voor wie hij zijn debuut, het sprookjesspel "Ridder Arnold", liet opvoeren in 1924- en naar de studenten. Vanuit zijn Ruusbroec-huisje op het Lierse begijnhof werd hij in de jaren 1920 raadsman en bezieler van de Vlaamsgezinde studenten. Voor hen gaf hij het tijdschrift "De Storm" uit en mét enkelen trok hij, "gewapend" met madolinen en gitaren, van kerk tot kerk om er, na de hoogmis, aan de kerkgangers de liefde voor Vlaanderen te leren. Die jonge pioniers werden bezield door de nonconformist, de franciscaanse zwerver Van der Hallen, die gruwde van platgetreden paden en een "verburgerlijkt" (Belgisch) katholicisme verwierp: "Ik wil mijn eigen weg gaan en mijn leven naar eigen inzicht opbouwen: ik wil niet meelopen met de grauwe bende, ik haat kleinheid en bekrompenheid, ik wil een goed mens zijn; ik wil heroïsch leven en het burgerdom schuwen". Zo luidt één van zijn beroemde uitspraken uit "Brieven aan een Jonge Vriend" (1932). Dàt radicalisme of "extremisme" -in een heel àndere zin dan nu- én nonconformisme heeft de (kerkelijke) overheid hem kwalijk genomen. Door dik en dun bleef hij het zelfstandig optredende AKVS, de Rodenbachse studentenbeweging, steunen. Hij werd hun raadsman bij uitstek!
Maar dat zelfstandig optreden en het Vlaamse nationalisme van Van der Hallen en "zijn" AKVS werden door de -belgicistische- kerkelijke overheid met lede ogen bekeken, vooral vanaf 1925. Hadden zij in de 'Twaalf artikelen van het Geloof' geen dertiende ingebouwd: "Ik geloof in het ene en onverdeelbare België", zoals Pater Brauns ooit op de kansel uitriep?... En dat unitaire België was die heren zo heilig dat zij er niet voor terugdeinsden om scholieren die hun AKVS trouw bleven de communie te weigeren en uit colleges te bannen...Beïnvloed door de Duitse "Quickborn" en "Wandervögel" streefde het AKVS, als volkse beweging, naar zelfstandigheid, in de geest van Rodenbach. De vervolging van "rebelse" studenten was zo zwaar dat het AKVS het onderspit moest delven. De ondergang werd onafwendbaar toen de KSA in 1930 werd opgericht en opgedrongen. De A.K.V.S.-bonden bloedden uit rond 1935 of werden ondergronds. De "bittereinders" vonden een toevlucht in meer Dietse wegen, met een andere stijl: het werd AKDS, Diets Jeugdverbond en Jong-Dinaso of in de Volkskunstbeweging en Trekkersgroepen of losstaande Studentenbonden. Voor Nest van der Hallen was dit de bitterste ontgoocheling van zijn leven.
In die ogenblikken van nood en eenzaamheid, ontwaakten de zwerver en de franciscaanse pelgrim in hem. Met kunstschilder Frans Mertens ontvluchtte hij het verwarde en verdrukte Vlaanderen én vooral zijn ontgoocheling in de verdeelde jeugd. Hij trok op weg, verre horizonten tegemoet. Bij de volkeren van Spanje, Algerië, Tunesië, Libië en Egypte, maar ook in Palestina, Turkije, Zuid-Frankrijk en Duitsland vond hij troost en enige verbetering van zijn broze gezondheid. Hij werd een Vlaamse Den Doolaard, een Vlaamse Slauerhoff: "Vooruit is de weg. Hoera voor ons beiden, zwervers en Don Quichotten van de grote baan!" Zijn plotse afreis verwekte in Vlaanderen sensatie. Voor de Nest gaven die tochten een nieuw elan aan zijn leven. Een viertal reizen ondernam hij, tussen 1935 en '39. Voor de vurige romanticus en bewonderaar van al het wonderlijke onder Gods zon was dit veel meer dan ontspanning en verkwikking. De reizen wierpen waardevolle vruchten af: de biografie "Charles de Foucauld" (edelman, soldaat, kluizenaar, in Marokko vermoord in 1916 en voor de Nest een heroïsche geestverwant, 1937) en reisverhalen als "Tussen Atlas en Pyreneeën" (1938), "Cheiks, Pelgrims en Rabbijnen" (1940) en "Oost-Zuid-Oost" (1941). Na zijn schuchtere begin met de fijne 'Sprookjes uit de zomernacht', kunstbeschouwingen en heiligenlevens, het succesrijke 'De Wind waait' (1932) -romantisch en idealistisch trekkersverhaal bij uitstek-, psychologische romans als 'De Aarde roept' en zijn zo bezielende 'Brieven aan een Jonge Vriend' (1932), stortte Van der Hallen zijn zwervershart uit in die geestdriftige reisverhalen. Zwerven wàs zijn natuur. Zijn sfeervolste en mooiste bladzijden lezen we anderzijds in 'Vertelsels in Juni' (1947), 'Kroniek der Onnozele Kinderen' (de geschiedenis van de historische kinderkruistocht in 1212, uitgave 1947) en in de biografie 'Brouwer' (kunstschilder Adriaan Brouwer, uitg.1943).
Eerder, in 1924, had hij, samen met Flor van Reeth en Felix Timmermans, de "Pelgrim"-beweging, als de tocht naar hernieuwing en verdieping van de katholieke kunst gesticht. Het was een pleidooi voor een betere, "sacralere" én esthetischer kunst, een God-gericht "pelgrimeren naar de ideale schoonheid", zoals Timmermans het uitdrukte. Die beweging werd bijgetreden door vele gelovige kunstenaars, schrijvers, beeldende kunstenaars, architecten, acteurs en musici, maar haar leven duurde niet lang. In 1930 mislukte de grote Pelgrim-tentoonstelling in Antwerpen door gebrek aan organisatie en onenigheid.
Al het voorgaande is maar een deel van de ontzaglijke, opvoedende arbeid voor de jeugd en het volk van Vlaanderen die Van der Hallen heeft verricht. Zijn betekenis reikt veel verder dan de Vlaamse ontvoogding en ze legt haar accenten bij de jeugd, de kunst, het christelijk geloof. Ernest van der Hallen was vooral een vernieuwer op vele gebieden, zoals er geen ander hier te lande is geweest! Hem stond steeds het ideaal van een "nieuwe", geestelijk en bovennatuurlijk gerichte mens voor ogen. De weg daarheen was de vorming van een "nieuwe jeugd". Naast het streven naar een zelfstandige jeugd- en studentenbeweging zonder voogdij, was hij een pionier voor de terugkeer naar de natuur, van het trekkersleven (een "groene" avant-la-lettre!), van de "Bouworde" en van een betere, volksverbonden, hoogstaande én esthetisch waardevolle literatuur en kunst én van een vernieuwing van godsdienst en liturgie in volkse, Nederlandse zin, zoals Wies Moens een volksverbonden Nederlandse literatuur bepleitte.
Los van de versleten (?) vooringenomenheid ,wordt het nu tijd dat men de waarde, de grootheid en de -actuele!- betekenis van Ernest van der Hallen, zeker voor de toekomst, gaat erkennen. De tijdsgeest is daarvoor nog niet geschikt, maar er zijn betere krachten, o.a. bij de studenten van KVHV en NKVS die ons toch hoop geven! Een nieuwe, degelijke en eerlijke biografie kan veel bijdragen tot een juistere en vollediger beeldvorming!
Ik besluit met een citaat dat aantoont hoe Van der Hallens tijdsbesef en bekommernis actueel en tijdeloos waren en zijn: "Het is een ontzaglijk voorrecht in een tijd als deze het geloof in de geest en in het irrationele hoog te houden, nu voor miljoenen nog enkel de mystiek van het getal en van de motor geldt. Het is een voorrecht het geloof in de eeuwige waarden te prediken; de strijd aan te gaan tegen de duistere machten van verwording en ontaarding; de adel en de schoonheid te herstellen tegen de dwang van banaliteit en lelijkheid!" (uit 'Brieven aan Elckerlijc', 1947).
Anton van Wilderode, die we dit jaar herdenken bij de tiende verjaardag van zijn overlijden (op 15 juni 1998), bracht, met een vriend, een bezoek aan Ernest van der Hallen op zijn sterfbed, eind februari 1948. Tijdens dit bezoek schreef Antons goede vriend, Ignace de Sutter, de muziek bij 'Lied van mijn land'. Een wonderlijk samenvloeien van drie verwante geesten... Anton van Wilderode herdacht daarna zijn bezoek in een merkwaardig en prachtig gedicht:
"Het Bezoek: nu wordt het lente..."
Erik VERSTRAETE -
Van der Hallen-Gemeenschap
VVNA-bestuurslid - Oud-lid KVHV-Gent